Letselschade bij een minderjarig kind

Letselschade bij een minderjarig kind

Als een minderjarig kind letselschade oploopt, wordt de letselschade meestal pas definitief afgewikkeld zodra het kind volwassen is. Tot aan de volwassenheid van het kind worden dan periodieke betalingen verricht door de aansprakelijke partij of diens verzekeraar. Kinderen zijn namelijk nog volop in ontwikkeling. Met name bij jonge kinderen valt doorgaans niet te voorspellen hoe het kind zich zal ontwikkelen.

Als de letselschade bij een minderjarig kind toch definitief wordt afgewikkeld, dan is het van belang om in de vaststellingsovereenkomst voorbehouden op te nemen aangaande toekomstige, onzekere risico’s. Als het risico zich dan onverhoopt voordoet, moet de aansprakelijke partij of diens verzekeraar de hiermee gepaard gaande letselschade alsnog vergoeden.

Letselschade bij een kind in het verkeer; kind jonger dan 14

Als een kind letselschade in het verkeer heeft opgelopen, gelden er bijzondere aansprakelijkheidsregels ter bescherming van het kind. De leeftijd van het kind is van belang bij deze verkeersaansprakelijkheid op grond van art. 185 WVW. Als het slachtoffer van een aanrijding op de openbare weg met een motorrijtuig een kind is dat jonger is dan 14 jaar, dan krijgt het kind 100% van zijn schade vergoed. Een en ander behoudens overmacht in de zin van opzet of aan opzet grenzende roekeloosheid aan de zijde van het kind wat betreft het ontstaan van de aanrijding. Opzet betekent willens en wetens handelen. Opzet bij een kind is niet eenvoudig aan te tonen. Er is bij de 100%-regel nooit plaats voor een beroep op eigen schuld aan de zijde van het kind.

Letselschade bij een kind in het verkeer; kind 14 jaar of ouder

Kinderen van 14 jaar en ouder krijgen bij een beroep op art. 185 WVW minstens 50% van hun letselschade vergoed. De causale verdeling – als de bestuurder bijvoorbeeld 95% schuld heeft en het kind op de fiets 5%, is deze verdeling 95/5 – en de billijkheidscorrectie bepalen dan of er meer dan 50% van de schade vergoed moet worden. Een en ander behoudens overmacht aan de zijde van de bestuurder van het motorrijtuig of wanneer de gedragingen van het kind opzet of aan opzet grenzende roekeloosheid opleveren. Van overmacht is hier sprake als de bestuurder rechtens geen enkel verwijt kan worden gemaakt wat betreft de wijze waarop hij aan het verkeer deelnam. De bestuurder wordt daarbij geacht te anticiperen op onvoorzichtig rijgedrag van andere weggebruikers. Een beroep op overmacht heeft dan ook zelden succes. Als het beroep op overmacht echter slaagt, vervalt de verplichting tot het vergoeden van de letselschade volledig.

In diverse rechterlijke uitspraken zijn criteria ontwikkeld om te bepalen wanneer sprake is van aan opzet grenzende roekeloosheid. Dit doet zich niet heel gauw voor. Als van opzet of aan opzet grenzende roekeloosheid sprake is, geldt de voor het slachtoffer gunstige 50%-regel niet, maar de gewone eigen schuld-regeling van art. 6:101 BW. De causale verdeling en de billijkheidscorrectie bepalen dan welk percentage van de schade vergoed moet worden. Ook dit is verder uitgekristalliseerd in verschillende rechterlijke uitspraken.

Een gespecialiseerde letselschadeadvocaat inschakelen

Een ervaren en in letselschade bij kinderen gespecialiseerde advocaat is op de hoogte van deze regels en weet hoe deze worden toegepast.

De Letselschade Helpdesk helpt u graag. Voor gratis en pro deo rechtshulp of advies verzoeken wij u het aanmeldingsformulier in te vullen. Zodoende kunnen wij beoordelen welke gespecialiseerde letselschadeadvocaat binnen ons netwerk het meest geschikt is om uw zaak te behandelen. Na het versturen van het aanmeldingsformulier zal er binnen één werkdag contact met u worden opgenomen voor een gratis advies.