Letselschade tijdens werk

Letselschade tijdens werk

Letselschade kan ontstaan tijdens het werk. Men spreekt dan van een arbeidsongeval of een bedrijfsongeval. Het kan daarbij bijvoorbeeld gaan om:

  • letselschade die is geleden op de werkvloer (u glijdt bijvoorbeeld uit of een andere werknemer brengt u schade toe);
  • schade die is ontstaan tijdens een dienstreis, terwijl u voor uw werkgever op weg bent naar een klus of klant;
  • schade die u lijdt bij het verrichten van vrijwilligerswerk of tijdens werk dat u als zzp’er verricht (het is dus niet noodzakelijk een arbeidsovereenkomst te hebben);
  • letselschade die u lijdt bij het bedrijf dat u heeft ingeleend terwijl u werkt voor een uitzendbureau;
  • schade die u lijdt door deel te nemen aan een door uw werkgever georganiseerde activiteit (denk bijvoorbeeld aan een bedrijfsuitje, teambuilding of sportactiviteit).

Letselschade die wordt geleden tijdens woon-werkverkeer kan onder bepaalde omstandigheden ook voor vergoeding in aanmerking komen. Dikwijls is de werkgever hiervoor verzekerd.

Uw werkgever is in bepaalde gevallen verplicht de letselschade die u hebt opgelopen bij een arbeidsongeval te melden bij de Inspectie SZW (vroeger Arbeidsinspectie genoemd).

Grondslagen aansprakelijkheid letselschade tijdens werk

De juridische grondslagen voor aansprakelijkheid van de werkgever voor een arbeidsongeval zijn de artt. 7:658 BW en 7:611 BW (dit betreft beide contractuele aansprakelijkheden) en de artt. 6:162 BW, 6:170 BW, 6:171 BW, 6:173 BW en 6:174 BW (dit betreft buitencontractuele aansprakelijkheden).

Bij aansprakelijkheid op grond van art. 7:658 BW geldt een omgekeerde bewijslast. Dit artikel wordt daarom ook wel de ‘arbeidsrechtelijke omkeringsregel’ genoemd. Voor vestiging van de aansprakelijkheid is dan voldoende dat de werknemer stelt en – bij betwisting – bewijst dat hij schade heeft geleden in de uitoefening van zijn werkzaamheden. Slaagt de werknemer in dat bewijs, dan kan de werkgever slechts in 3 gevallen aan aansprakelijkheid ontkomen. De werkgever moet daarvoor stellen en – bij betwisting bewijzen dat hij zijn zorgplicht is nagekomen of dat de schade in belangrijke mate is te wijten aan opzet of bewuste roekeloosheid van de werknemer, dan wel dat de schade van de werknemer ook zou zijn ontstaan als hij zijn zorgplicht wel was nagekomen.

Bij aansprakelijkheid op grond van de artt. 6:162 BW, 6:170 BW, 6:173 BW, 6:174 BW en 7:611 BW gelden de gewone stel- en bewijsregels van het civiele recht. Dit houdt in dat de werknemer het tekortschieten/de normschending, de schade en het causaal verband moet bewijzen. Om te kunnen bewijzen dat gevaarzettend gedrag onrechtmatig is geweest in de zin van art. 6:162 BW kunnen de in de jurisprudentie ontwikkelde Kelderluikcriteria van dienst zijn.

Hulp nodig?

De Letselschade Helpdesk helpt u graag. Voor gratis en pro deo rechtshulp of advies om de letselschade die u hebt opgelopen tijdens het werk, zoals inkomensschade, vergoed te krijgen, verzoeken wij u het aanmeldingsformulier in te vullen. Zodoende kunnen wij beoordelen welke gespecialiseerde letselschadeadvocaat binnen ons netwerk het meest geschikt is om uw zaak te behandelen. Na het versturen van het aanmeldingsformulier zal er binnen één werkdag contact met u worden opgenomen voor een gratis advies.